|
Categorische imperatieven
Rede: theoretische rede (kennis) & praktische rede (bepaling van de wil) Theoretische rede: analytische oordelen a-priori, synthetische oordelen a-posteriori & synthetische oordelen a-priori. Praktische rede: maximes (subjectieve grondbeginselen voor het handelen) & imperatieven (praktische wetten) Imperatieven: hypothetische imperatieven (voorwaardelijk) & categorische imperatieven (onvoorwaardelijk) Hypothetische imperatieven: technische & pragmatische imperatieven.
Aldus Kant.
Utrechts Nieuwsblad
30 oktober 1998, schrijver mij onbekend
Dwangneurose
Dat dwangneurosen overerfbaar zijn. Nooit aan gedacht, nooit over gepeinsd, maar deze week schoot het onverhoeds als een bliksemschicht door me heen. Ik was een broodje aan het smeren, haalde het zachte binnenste eruit en stak dat in mijn mond. Dat doe ik iedere dag, en ik sta er nooit bij stil. Maar dit keer dacht ik: stik, moet je mij nu 'ns zien? Als mijn vader tussen de middag thuis kwam om te lunchen, en mijn moeder hem vertelde dat deze of gene gebeld had, luidde zijn wedervraag steevast: 'telefonisch?'. Wij jongens konden daar wel om grinniken, maar voor mijn moeder was de lol er na al die jaren allang van af. Zij negeerde de vraag, en vertelde van het telefoongesprek. Hij sneed zijn broodje doormidden, at er het zachte binnenste uit, en deed er daarna pas beleg op. Je kon geen naam noemen, of hij verzon er een passende voornaam of oorspronkelijke meisjesnaam bij. De aanvoerder van onze voetbalclub heette Gijs Nas. Volgens mijn vader was hij getrouwd met een meisje van Sibal, met Truus Sibal. Zij heette nu dus Truus Nas-Sibal. Minister-president Kok zou hij getrouwd hebben laten zijn met Net Pit of met Thea Osnoot. Prinses Irene van Lippe had was hem betreft gehuwd kunnen zijn met Fred Haze, of haar zoon met Mien Stick.
Categorische imperatieven
Hij had een tic met een verschijnsel dat hij zelf 'categorische imperatieven' had gedoopt: een gewoon woord, dat als je er anders naar luisterde of keek een combinatie bleek te zijn van een aansporing en een zelfstandig naamwoord. 'Vluchtheuvel' kan je zien als een aansporing aan een heuvel om te vluchten. Poetsdoek (poets, doek!), wachtkamer, als je er op let, zijn er duizenden van dit soort woorden. Viel er in een gesprek een dergelijk woord, dan zei hij, zonder dat zijn gesprekspartner wist waar hij het over had: 'categorisch imperatief'. Tegen mensen die hij niet kende en die hij aansprak, zei hij, voor ons verstaanbaar maar voor de aangesprokene niet: Herr (of ingeval van een dame: Frau) Schneevogel. Dus tegen de pompbediende (ja kinderen, in mijn jeugd had je nog pompbedienden): 'Vol graag, Herr Schneevogel'. En in een restaurant: 'De rekening graag, Frau Schneevogel'. Wij jongens konden daar wel om grinniken, maar mijn moeder werd er altijd kwaad om. Hetgeen voor ons de pret vergrootte. Hij kon het niet laten. En dan, op een doodgewone herfstige werkdag, realiseer ik me tijdens het smeren van een broodje plotseling dat ik precies dezelfde dwangneuroses heb. Ik kan het ook niet laten. Het zachte uit het broodje halen. Flauwe naamgrapjes maken. (Iemand zegt: Clinton heeft onderhandelaar Dennis Ross naar het Midden-Oosten gestuurd. Ik denk meteen aan Ross' vrouw, Nancy Bief. Of iemand zegt: Het gaat niet goed met Baan. Mij schiet op hetzelfde ogenblik te binnen dat een van de zussen van Baan getrouwd moet zijn met een broer van Van Agt. Het gaat automatisch. Ik kan dat denken niet stopzetten.) Als een ober in het restaurant zegt 'Eet smakelijk', dan kan ik het niet laten om te antwoorden: 'Dank u, van hetzelfde.' Vreselijk flauw, maar ik kan me ondanks de sterke druk van de disgenoten op het beslissende moment nooit beheersen. En ik ben altijd, op het ziekelijke af, gespitst op categorische imperativa. Mopperkont, rafeljurk, kalmeermiddel. Doodmoe word je ervan. Loopoor, hangijzer, wijsneus. Slaapzak, trekvogel, klapvee, spring-balsemien. Stoomgemaal. Tot zover het artikel uit het Utrechts Nieuwsblad.
Gaan we verder:
Categorische imperatieven zijn gewoon onvoorwaardelijke opdrachten, zoals hierboven te lezen is. Veel zelfstandige naamwoorden die uit twee gedeelten bestaan, hebben het juiste karakter.
Het werkt dus zo: je ziet het woord 'hangbrug', en denkt dan aan de opdracht voor de brug: 'ga hangen!' Zo kun je je voorstellen dat de opdracht 'pot, ga knoeien' zit verstopt in het woord of de opdracht 'knoeipot'. En 'strijk, plank!' in 'strijkplank'. Genoeg voorbeelden hieronder.
|